Han Wezelaar - De Barmhartige Samaritaan

Spiritualiteit


De notie 'spiritualiteit', krijgt binnen het hedendaags eclecticisme een ruime plaats
toebedeelt, en dat is niet zonder risico...


Zeker, spiritualiteit is 'hot' kunnen we stellen, maar dan wel met het risico dat de invulling ervan blijft hangen op het Suske & Wiske-niveau van de graalqueeste. Het is een trend die haaks staat op de vele sociologische rapporten van enkele decennia terug die de voortrazende secularisatie en ontkerkelijking in kaart brachten. Intussen is die secularisatie un fait complet, maar weten we ons tegelijk omringt met een scala aan spirituele 'verrijkingen' waar naar eigen smaak een comfortabele mix van te maken valt. Daarnaast is er voor de verontrusten onder ons ook nog degelijk maatwerk te vinden, wat bijvoorbeeld blijkt uit het overzichtswerk van Kees Waaijman, Spiritualiteit: vormen, grondslagen, methoden (2000) - een aanrader voor wie zijn denken over spiritualiteit wil aanscherpen. Op deze pagina treft u alvast enkele overdenkingen rond een oud en respectabel begrip met veel nieuwe mogelijkheden voor vandaag.

Wat is Spiritualiteit?
Denken over spiritualiteit begint voor de meeste mensen bij de vraag: Wat is Spiritualiteit? En daarmee opent zich een interessante denkweg. Na enkele stappen op die weg (...heeft spiritualiteit te maken met het innerlijk? ...met mijn geesteshouding?), kunnen we ons misschien voorstellen dat spiritualiteit een relationeel begrip is, en dat het bij spiritualiteit dus kennelijk gaat om onze relatie, onze levenshouding, ten opzichte van onszelf, onze medemens en tal van andere zaken. Maar dan vraagt ook het begrip 'levenshouding' de nodige aandacht. Het gaat immers niet in de eerste plaats om (spiritueel) doen, maar om zijn. Meer specifiek geldt dan de vraag, wat nu kenmerkend is voor een spirituele levenshouding. Over die vraag en de mogelijke antwoorden daarop bestaat een groot aantal opvattingen, die ieder voor zich de kwestie in belangrijke mate tot verheldering kunnen brengen. Het begrip spiritualiteit is een complex begrip en is dus, wil er recht aan worden gedaan, gediend met een multifocale en genuanceerde benadering. Als voorlopige aanzet echter verdient vereenvoudiging soms de voorkeur, zoals hier. In deze notities wil ik daarom uitgaan van een overzichtelijk vertrekpunt waarbij spiritualiteit als sleutelbegrip voor alle denken over onze verhouding tot het leven naar voren komt.

Spiritualiteit als sleutelbegrip
Alle leven neigt in een progressieve ontwikkeling naar verzelfstandiging van het eigen bestaan. In de uitoefening van zijn faculteiten streeft elk organisme naar verruiming van eigen territorium. Die organismen welke een hoge graad van organisatie bezitten neigen daarbij voortdurend tot overschrijding van de eigen bestaansgrenzen, dat wil zeggen, zolang ze daar door hun 'tegenvoeters' niet van weerhouden worden. We spreken in dat verband van een natuurlijk evenwicht. De mens als levend organisme, met de hoogste graad van organisatie, heeft zich daarin het verst geëvolueerd. Zijn verzelfstandiging heeft groteske proporties aangenomen, zodanig, dat de menselijke autonomie tot fundamentele waarde van de moderne samenleving kon uitgroeien. Spiritualiteit nu, begint bij dat bewustzijn - het menselijk bewustzijn -, waarin het besef oplicht dat de drift tot verzelfstandiging zijn grenzen heeft. Grenzen die bepaald zijn door de oorspronkelijke verwevenheid van eigen wezen met dat van andere werkelijkheidsniveaus. Het is in beginsel het besef van die oorspronkelijke verwevenheid met het Andere, waardoor spiritualiteit als levenshouding tot ontwikkeling kan komen. Spiritualiteit is daarmee een sleutelbegrip voor elke levenshouding die, in haar oriëntatie op de oorspronkelijkheid van het leven zelf en de eigen aard van de daarin aanwezige zinverbanden, gericht is op de verbondenheid met het totale leven, dat is: de werkelijkheid als geheel.

Tussen wens en werkelijkheid
Tot zover gaat het om het binnenwerelds perspectief, de eigen reflectie, waarin ons denken het spirituele benadert en zich begripsmatig tracht eigen te maken. Vergeleken met de buitenwereld echter, geldt het een ideële voorstelling van zaken en zeker geen feitelijke stand van zaken. En daarmee bevindt het denken over spiritualiteit zich in het spanningsveld tussen wens en werkelijkheid. De spirituele levenshouding wordt zich in het contact met de alledaagse realiteit op bijzondere wijze bewust van die positie. Ze leert beseffen dat het samenvallen van die beide, wens en werkelijkheid, niet afgedwongen kan worden maar binnen een weerbarstige werkelijkheid slechts fragmentarisch tot uitdrukking komt. Het 'Ware', 'Goede' en 'Schone' zijn in deze wereld immers van beperkte omvang en vallen zelden met elkaar samen. Spiritualiteit die zich langs dit inzicht ontwikkeld krijgt daarmee ook gevoel voor de intrige waarin ze verwikkeld is, een intrige waarbij schijn en werkelijkheid bedrieglijk veel van elkaar weg hebben. Een intrige ook waarin de menselijke waardigheid als 'probleem' in het geding is. Want gaat het in de ontwikkeling van de spirituele levenshouding niet in de eerste plaats om persoonlijke integriteit, de waarachtigheid, goedheid en, als som van die beide, de schoonheid van het innerlijk? Die menselijke waardigheid, dat klassieke thema, die binnen ieder individueel bestaan uit het vuur moet worden gesleept, vraagt zo bezien om een engagement, een ethisch engagement. Maar ook de ethiek is een precaire kwestie, bezien en beleefd door de aardse zintuiglijkheid. Zo'n engagement is daarom geen vrijblijvende kwestie, maar een die ons tot medespeler maakt in het schaakspel tussen lusten en lasten, vrijheid en verantwoordelijkheid, licht en duisternis. Elke levenshouding echter, die zich op integere wijze inlaat met die vorm van betrokkenheid vindt haar bevestiging in het deel hebben aan een wezenlijkheid waarin de existentiële gebrokenheid niet het laatste woord heeft. Het is de intentie van deze betrokkenheid die de spirituele levenshouding ook tot een waakzame levenshouding maakt, een waakzaamheid met oog voor de mogelijkheden en de beperkingen van de eigenheid in relatie tot de andersheid van het bestaan.

De begrensde intentie
Spiritualiteit leert rekenen met de mogelijkheden en de beperkingen van het eigene. De spirituele levenshouding is daarmee geen overspannen houding die tekortkomingen in denken en doen beschouwd als tot het verleden behorend. De haar eigen intuïtie vormt de onzekere kompasnaald in de richting van een vermoede oorspronkelijkheid. Een kompasnaald ook die per definitie niet gevrijwaard is van storende invloeden. Wil er ooit sprake zijn van vervolmaking in welke vorm dan ook, dan betekent de spirituele levenshouding in de erkenning van die begrensdheid slechts de aanzet daartoe. Die begrenzing betreft niet enkel de actualiteit van het uiterlijke leven, maar evenzeer de intentionaliteit van het innerlijke leven. Juist daar waar alles begint. Want, het gaat niet om een efficiënt en pasklaar programma voor zelfverwerkelijking of wereldhervorming, zoiets vergt machtsmiddelen die haaks staan op de spirituele intentie. Spiritualiteit beseft dat elke vorm van waarachtig herstel begint binnen het eigen innerlijk, daar ligt de sleutel tot verandering van de binnenwereld in directe relatie tot de buitenwereld. Een buitenwereld ook die te complex is om de beperkte interesse van ieder individu te kunnen prikkelen. Bezinning op de grenzen aan eigen kennen en kunnen behoort dus deel uit te maken van alle denken over spiritualiteit. In dat besef zoekt de spirituele levenshouding geen gronden voor verzet tegen het onmogelijke als excuus voor verbittering of onverschilligheid in welke vorm dan ook. Ze is reëel in haar acceptatie van het feitelijke, ze is ideëel in haar vastberaden engagement tot het wenselijke, en haar levenswijsheid blijkt uit een praktische inzet met betrekking tot het haalbare.

Spiritualiteit en materialiteit
Het mankeert waarachtige spiritualiteit dus niet aan realiteitszin en ze heeft als zodanig dan ook niets van doen met een gedematerialiseerde wijze van bestaan, al doet de term voor velen anders vermoeden. Het woord "Spiritualiteit" stamt van het Latijnse spiritus, dat zoveel als "geest", "adem" en "ziel" kan betekenen. In de loop van de tijd werd dit begrip echter uitgebreid met afgeleide betekenissen, zoals "geestelijk" en "onstoffelijk". Geen wonder dus dat het spreken over spiritualiteit voor velen iets zweverigs heeft en weinig onthaal vindt bij mensen die de zaken graag concreet benaderen. Nu is de verhouding tussen spiritualiteit en materialiteit inderdaad te vergelijken met die tussen abstractie en concretie. Maar het is een misvatting om die verhouding als een absoluut dualisme op te vatten. Zoals alle woord vlees wil worden en elke abstracte beschouwing zich omwille van de communicatie in de verbeelding moet kunnen concretiseren, zo wil ook alle spiritualiteit zich binnen de geleefde werkelijkheid manifesteren. En dat niet enkel omwille van zichzelf, maar evenzeer omwille van de materialiteit, die tegelijk de instrumentaliteit is waarvan de spiritualiteit zich bedient.

Alle natuurlijke lichamen binnen de materiële wereld vormen in beginsel het instrumentarium waarbinnen geleefde spiritualiteit voor anderen tot uitdrukking en beleving kan komen. Want, de zintuiglijkheid van het fysieke bestaan waarborgt de gemeenschappelijke genieting van een gewenste materialiteit, evenzeer als het gemeenschappelijk lijden onder een van haar noodzakelijke materialiteit beroofd wezen. Spiritualiteit zoekt juist die condities, omwille van de geestelijke gesteldheid die zij vertegenwoordigt - de oriëntatie op het Goede -, alsook de stoffelijke aanschouwingsvormen waarin ze tot uitdrukking wil komen. Dat is: het leven in al z'n schoonheid en verscheidenheid aan materiële gestalten, maar ook de ontbering daarvan als conditie, door fysiek lijden en vergankelijkheid. En juist om dat laatste oefent de spiritualiteit zich in waakzaamheid; een waakzaamheid met respect voor de broosheid van het bestaan dat afhankelijk is van haar geest, die zoveel vrijer en daarom zoveel machtiger is. De spirituele intentie hoedt zich er om die reden voor de aardse alledaagsheid en broosheid te ontmoedigen door een oneigenlijk gebruik van haar vrijheid. En in die zelfontlediging toont de spirituele levenshouding iets van haar grootheid.

Spiritualiteit als Grootheid
Spiritualiteit als Grootheid manifesteert zich individueel als intermediair tussen deel en geheel. De individuele spiritualiteit is er daarom slechts één van vele mogelijke vormen van spiritualiteit. Ze kan godsdienstig bepaald zijn in haar gerichtheid op het goddelijke, humanistisch in haar begaan zijn met het menselijke, en ecologisch in haar betrokkenheid op de oorspronkelijke verwevenheid met natuur en milieu. Dat is haar manifeste diversiteit, waarbij het zoeken naar een hogere eenheid en het bespeuren van een mogelijke rangorde tussen deze domeinen weer deel kan uitmaken van een spirituele verdieping. In al die hoedanigheden betekent haar continuïteit de ontvankelijkheid voor het grotere, het meerdere, het andere, van een geheel waarop het individu zich betrokken voelt, in het besef dat die betrokkenheid een harmoniërende uitwerking heeft. Dat besef houdt ook in dat ze zich niet verheft boven of afkeert van gedepriveerde vormen van bestaan, van het arme, het gebrokene en het miskende, maar temeer dat vanuit een spirituele intuïtie recht wordt gedaan aan de mogelijkheden van herstel die de spirituele optiek in zich heeft. Dat maakt de spirituele levenshouding ook tot een wenselijke levenshouding. Dienstbaar te zijn aan al wat in eigen wezen geen recht wordt gedaan, dat is de uitdaging waar hedendaagse spiritualiteit voor staat, temidden van een tijdgeest waarin populaire vormen van vergeestelijking gemakkelijk leiden tot zelfverheffing.

Spiritualiteit als modeverschijnsel
Het gebruik van het woord "spiritualiteit" roept daarom al snel de gedachte op aan een trendy manier van denken en doen die het levensgevoel van de (post)moderne mens van enig reliëf kan voorzien. Het begrip houdt echter geen verwijzing in naar pasklare methoden ter vergroting van persoonlijk levensgeluk, en zeker niet naar een vrijblijvend koketteren met het transcendente. Er zijn daarom enkele belangrijke onderscheidingen te maken met betrekking tot het begrip spiritualiteit, - onderscheidingen die in een al te gemakkelijke omgang met dat begrip al gauw verloren dreigen te gaan. Het gaat daarbij om de volgende accenten:

(1) Spiritualiteit als betrokkenheid op de ander omwille van de ander. De relatie tot de ander - het recht doen aan de ander - vormt binnen deze opvatting het motief, waarbij in principe de eigen belangensfeer ondergeschikt gemaakt wordt aan de zorg voor de naaste in lichamelijk, geestelijk en sociaal opzicht. Deze vorm van spiritualiteit heeft de oudste papieren. Als afgeleide van de betrokkenheid op een Absolute Transcendentie kennen alle grote religies van oorsprong het principe van mededogen met andere schepselen. Door de eeuwen heen hebben individuen en spirituele gemeenschappen alzo vanuit religieuze en humane motieven hun leven ingezet voor de medemens. Vanuit die intentie praktiseerden zij een andere levenswijze en gaven zij hun spiritualiteit handen en voeten. Een andere optiek is die van:

(2) Spiritualiteit als betrokkenheid op de ander omwille van jezelf. De relatie tot de ander - vanuit de eigen behoefte - vormt hier het motief. In principe gaat het om een instrumentele houding ten opzichte van de medemens, of ook wel tot natuur en milieu, met als doel het (her)vinden van heelheid van de eigen binnenwereld in harmonie met de buitenwereld. Vandaag de dag neemt dit motief niet zelden modieuze vormen aan, zeker waar de commercie de behoefte tot het cultiveren van een 'spirituele' lifestyle aanmoedigt in het aanbod van een trendy aankleding en inrichting van onszelf en onze directe leef- en woonomgeving. Een derde wijdverbreide optiek met betrekking tot spiritualiteit is die van:

(3) Spiritualiteit als middel tot een praktisch doel. Het spirituele assortiment fungeert hierbij als methode waarmee verschillende welgedefinieerde doelen kunnen worden verwezenlijkt. Daarbij valt te denken aan diverse alternatieve geneeswijzen of meditatie- en ontspanningstechnieken die aangewend kunnen worden ter bestrijding van bepaalde lichamelijke of geestelijke stoornissen. Deze 'spirituele technieken' vinden bijvoorbeeld ook toepassing binnen het bedrijfsleven ter versoepeling van stresserende (re)organisatieprocessen. In de regel komt men echter niet veel verder dan het opleuken van het human resource management ten gunste van de bedrijfsresultaten. De motieven bij dergelijke manieren van handelen zijn niet altijd even spiritueel te noemen, maar gaan in de regel wel uit van een min of meer holistische werkelijkheidsopvatting waarbinnen de mens gezien wordt als deel van een groter geheel - deel van de natuur, onderdeel van de organisatie. Het pragmatische doel is dan, aan de herstelde harmonie tussen beide sferen nieuwe vormen van efficiëntie te ontlokken.

Begrijpelijk gaat het bij deze opsomming om een theoretische onderscheiding die in de praktijk niet altijd even zichtbaar is. Maar als principieel uitgangspunt lijkt de eerste opvatting van spiritualiteit de meest duurzame, als bezieling en oriëntatie, waaraan alle andere vormen afgemeten en beoordeeld kunnen worden.

Spiritualiteit en welzijn
Sinds de rapportages van de Club van Rome begin jaren-70 is het vrijuit spreken over "welvaart" niet meer onverdacht. Dit gevleugelde woord is daarna dan ook snel gedevalueerd, om synoniem te worden voor een materialisme dat zich exponentieel lijkt te vermeerderen en daarmee een vaste greep houdt op de geest van de consumptiemaatschappij. Vandaar de behoefte in de laatste decennia aan een nieuw begrip dat als correctief op het oude kan dienen: "welzijn". Het verschil tussen die twee termen is intussen aardig ingeburgerd. Voor het huidige besef heeft welvaart in z'n letterlijk doorgedraaide vorm alles te maken met een geperverteerde kijk op de materialiteit van het bestaan, een toestand die voorlopig nog niet ophoudt, terwijl er van welzijn pas sprake kan zijn bij voldoende primairstelling van de innerlijke beleving van de mens. Welzijn blijkt zo alles te maken te hebben met de integriteit van het menselijk bestaan, en dan vooral het individuele bestaan. Dat wil zeggen, de integratie van de verschillende lichamelijke en geestelijke deelaspecten van het persoonlijk leven binnen een sociaal geheel. En in die zin heeft spiritualiteit, als modus van integratie, weer alles te maken met welzijn, waarmee tegelijk de hernieuwde interesse voor spiritualiteit begrijpelijk wordt.

Maar hoe komt welzijn tot stand? Gaat het alleen om aandacht en zorg van buitenaf, of vraagt welzijn in wezen om meer dan de cosmetische correctie van een rampzalig welvaartsconcept? Zo ja, dan is welzijn ook meer dan een zwevende grootheid - welzijn heeft wortels. De notie van welzijn is ten diepste geworteld in de centrale intuïties van een bewustzijn dat zich nooit kan losmaken van haar wording in het Goede, het Ware en het Schone, - intuïties die aldus blijk geven van een niet te loochenen Presentie, in de zin van een 'voor-zijn' (prae-esse), het 'vooraf-gaan' van een ordenend Initiatief, dat onze ware interesse (inter-esse) fundeert. Waarom dat zo is blijft verborgen binnen het Mysterie van het Leven zelf. Als zodanig zijn deze concepties vanuit menselijke optiek a-logisch; geen enkele rationele theorie komt tot een absolute definitie van deze begrippen, alleen een God die spreekt kan ze benoemen. Maar dat het zo is blijkt uit de sturende kracht van deze termen. Elk menselijk motief en alle daarbij geconstrueerde logica staan in functie van deze centrale noties. Iedere zelfarticulatie bedient zich ervan: we stellen ons doen en laten voor als goed, onze beweringen als waarheid en de zin voor het schone drukt zich uit in de niet aflatende esthetisering van onze persoonlijke leefsfeer. Als waardetoekenningen vormen ze zo het universele sluitstuk van elke beoordeling in termen van: goed of kwaad, waarheid of leugen, mooi of lelijk, met alle onzekere nuances daartussen. Zo beschouwd begint elk waarachtig welzijn bij de persoonlijke bewustwording en integratie van deze diepteaspecten van het bewustzijn in een levenshouding die daarmee fundamenteel bijdraagt aan de vorming van een eigen spiritualiteit.